Kurano Bigiman: de leraar met een missie
De Lesboeren is een multimediaal project van Jasper Rijpma, in samenwerking met Stichting Leraar van het Jaar, Ears Up, Nike Liscaljet Photography en het Onderwijsloket.
Een gymnasium voor de buurt
Vijf jaar geleden bracht Bigiman samen met toenmalig directeur Jeroen Rijlaarsdam het gymnasium naar Zuidoost. Niet omdat het modieus was, maar omdat het nodig was. “Het was er gewoon nog niet,” zegt hij eenvoudig. Voorheen moesten kinderen met gymnasiumambities de metro in naar andere stadsdelen. Dat betekende minimaal drie kwartier reizen, kosten die sommige ouders zich niet konden permitteren en een drempel die veel talentvolle leerlingen weerhield van een passende opleiding.
“Alle soorten onderwijs moeten beschikbaar zijn voor alle kinderen,” stelt Bigiman. En dus startte hij in Zuidoost een gymnasiumtak. Inmiddels telt die zo’n 70 leerlingen, verspreid over zes jaarlagen. De klassen zijn klein – gemiddeld zo’n tien tot twaalf leerlingen – maar juist dat maakt het onderwijs persoonlijk en krachtig.
De aantrekkingskracht van de klassieken
Wat drijft leerlingen om te kiezen voor Grieks en Latijn? Volgens Bigiman speelt status een rol, maar dat mag ook. “Je krijgt les in een kleine groep, in vakken die iets mystieks hebben,” zegt hij. Het Grieks met zijn andere alfabet voelt bijna als geheimschrift. “Leerlingen halen plezier uit het puzzelen met taal, het nauwkeurig vertalen, het zoeken naar de juiste nuance.”
Bigiman slaagt erin zijn vak levendig te maken. Hij laat leerlingen cliffhangers ontdekken in klassieke teksten en spoort ze aan om zelf te bedenken hoe een verhaal verder zou kunnen gaan. Zo was er een leerling die voorstelde om een verloren pagina uit een Griekse tragedie zelf te herschrijven – een creatieve impuls die Bigiman onmiddellijk omarmde. “Dat is precies waar ik ze wil hebben: nieuwsgierig, denkend, spelend met taal en betekenis.”
Klassieken en actualiteit
Voor Bigiman zijn de klassieken allesbehalve dood. “Als ze dood waren, zouden we ons er niet meer om bekommeren,” zegt hij. Hij gebruikt de teksten juist om verbinding te maken met de actualiteit. Zo vergelijkt hij Donald Trump met Romeinse keizers en gebruikt hij de Antigone om thema’s als macht en moreel leiderschap bespreekbaar te maken. “De oudheid biedt een spiegel – de teksten zijn eeuwenoud, maar de thema’s zijn van alle tijden.”
Twee scholen, één visie
Bigiman geeft les op twee scholen: het Ingenieur Lely Lyceum en het categorale Vossius Gymnasium in Amsterdam-Zuid. Dat levert hem een uniek perspectief op. Op beide scholen starten leerlingen zonder voorkennis van de klassieke talen – dat maakt het vak gelijkwaardig voor iedereen. “Latijn en Grieks zijn lastig, voor álle leerlingen,” zegt hij. “Iedereen begint bij nul.”
Toch ziet hij ook verschillen. Op het Vossius zijn leerlingen ‘verplicht’ de klassieke talen te volgen – willen ze daarvan af, dan moeten ze de school verlaten. Dat zorgt voor een zekere gedrevenheid. Op het Lely daarentegen kunnen leerlingen overstappen naar het reguliere vwo of andere richtingen zoals het ‘technasium’ of tweetalig onderwijs. Volgens Bigiman is het belangrijk dat beide typen scholen blijven bestaan: “Sommige leerlingen floreren op een categoraal gymnasium, anderen juist op een brede scholengemeenschap.”
Leraar in hart en nieren
Bigiman wist al op de kleuterschool dat hij leraar wilde worden. Hij begon ooit als coördinator van het boekenfonds op zijn oude school, het Vossius, en rolde via een hulpvraag van zijn oud-docenten het onderwijs in. Zonder formele didactische scholing stond hij voor de klas – en leerde hij al doende. Streng was hij zeker, herinnert hij zich, maar leerlingen keken daar positief op terug. “Ze zeiden: door u leerde ik mijn woordjes. Dat is blijven hangen.”
Nu is zijn aanpak soepeler, maar zijn normen zijn nog altijd hoog. Hij benadrukt het belang van regelmatige toetsing, zeker bij talen. “Je moet die basiswoordjes erin stampen, anders blijf je zoeken in dat dikke woordenboek.” Tegelijk ziet hij het gevaar van modieuze tegenstellingen tussen ‘formatief’ en ‘summatief’ toetsen. “Alsof het één goed is en het ander fout. Toetsen vormen volgens Bigiman geen onderbreking van het leerproces, maar maken er juist integraal deel van uit. Volgens hem is het onderscheid tussen zogenaamd 'formatief' en 'summatief' toetsen vaak kunstmatig. Bigiman stelt: “Ook een toetsmoment is gewoon onderdeel van dat gezamenlijke leerproces.” Het gaat er niet alleen om wat leerlingen weten, maar vooral hoe ze samen tot inzicht komen – met en van elkaar.
Een gedeeld avontuur
In zijn lessen spreekt Bigiman zijn leerlingen aan als ‘collegae’. Daarmee benadrukt hij dat zij samen op ontdekkingsreis zijn: “Zij leren van mij, maar ik ook van hen.” Leerlingen stellen vragen waar hij zelf niet meteen het antwoord op weet – en dan zoekt hij het samen met hen uit. Soms zelfs live op het digibord.
Zijn lessen draaien om taal, cultuur, verhaal en verband. Niet alleen tussen Latijn en Grieks, maar ook met het Nederlands, Spaans en zelfs de actualiteit. En bovenal laat hij zijn leerlingen nadenken over hun eigen denken. “Dat is het uiteindelijke doel van onderwijs,” zegt hij. “Leerlingen bewust maken van hun eigen standplaats en openstellen voor andere perspectieven.”
Tot slot: wat maakt iemand een gymnasiast?
Bigiman kreeg zelf geen vwo-advies, maar zijn basisschooldocenten zagen zijn potentieel. “Hij is een gymnasiast,” zeiden ze. Wat dat dan betekent? Volgens Bigiman: “Zitvlees. Nieuwsgierigheid. Dieper willen graven dan nodig. Niet tevreden zijn met één antwoord.”
En dat, zou je kunnen zeggen, is precies wat hij zijn leerlingen elke dag opnieuw leert.