Merel van Vroonhoven en Eva de Jong: van leidinggeven naar lesgeven
De Lesboeren wordt gehost door Jasper Rijpma en Mattanja Koolsta en gemaakt in samenwerking met Stichting Leraren van het Jaar en Stichting Onderwijs in. Naast de podcast worden de docenten in de Lesboeren ondersteund met een krachtig, professioneel portret dat de beroepstrots van leraren uitstraalt, gemaakt door fotograaf Nike Liscaljet.
Het begint bij de keuze om het onderwijs in te gaan. Niet omdat alles al duidelijk is, maar juist omdat er iets knelt. Omdat betekenis, gemeenschap en betrokkenheid zwaarder zijn gaan wegen dan tempo en efficiëntie. Beginnen blijkt geen sprong in het diepe, maar een beweging richting werk dat ertoe doet.
Beginnen met wat je al kunt
In het gesprek klinkt al snel dat beginnen niet betekent dat je met niets start. Ervaring uit andere werelden, werken met mensen, verantwoordelijkheid dragen, overzicht houden, blijkt helpend voor de klas. Tegelijkertijd vraagt het onderwijs om iets heel eigens. Om concreet zijn. Om niets als vanzelfsprekend te beschouwen.
“Je bent eigenlijk nooit concreet genoeg,” is een zin die blijft hangen. Verwachtingen uitspreken, stappen één voor één benoemen, controleren of iedereen weet wat de bedoeling is. Niet omdat leerlingen het niet zouden kunnen, maar omdat duidelijkheid rust geeft. En rust maakt ruimte om te leren.
Niet alles tegelijk
Het gesprek raakt aan een herkenbaar startmoment: lessen waarin te veel tegelijk gebeurt. Te veel opdrachten, te veel doelen, te weinig overzicht. Dat zijn de momenten waarop twijfel opkomt. Waarop de vraag zich aandient of je dit wel ‘kunt’.
Die twijfel wordt niet weggepoetst. Integendeel. Ze wordt herkend als onderdeel van het vak. Als iets wat hoort bij mensen die serieus proberen te begrijpen wat er in hun klas gebeurt. Fouten maken blijkt geen teken van onkunde, maar van betrokkenheid, beaamt Merel in het gesprek.
Stilleggen mag
Een belangrijk thema dat steeds terugkomt is het durven stilleggen. Niet doorgaan omdat het nu eenmaal gepland stond, maar stoppen omdat er iets anders nodig is. Een les opnieuw beginnen, een opdracht schrappen. Eerst veiligheid herstellen voordat leren kan plaatsvinden.
Stilleggen wordt in het gesprek niet gezien als iets positiefs, als professioneel handelen. Als het moment waarop je kiest voor wat er nú nodig is. Vertragen blijkt geen verlies van tijd, maar een investering in vertrouwen en overzicht.
Leren doe je niet alleen
Gaandeweg verschuift het gesprek naar de groep. Naar het besef dat leren nooit een individuele aangelegenheid is. Niet voor leerlingen, en niet voor leraren, zo ontdekte Eva al vroeg in haar overstap naar het onderwijs. De klas wordt beschreven als een gemeenschap, een plek waar kinderen leren wie ze zijn in relatie tot anderen.
Dat vraagt om nabijheid, om gezien worden, om het gevoel erbij te horen. En het vraagt ook om samenwerking tussen volwassenen. Om samen reflecteren, ervaringen delen en erkennen dat je het niet alleen hoeft te doen.
Mildheid als professionele houding
Onder de woorden door klinkt een pleidooi voor mildheid. Naar leerlingen, die nog zoveel moeten leren. Maar ook naar jezelf. Levenservaring, ouderschap en eerdere loopbanen geven perspectief. Ze helpen om gedrag in context te zien en niet alles persoonlijk te maken.
Niet alles hoeft vandaag en niet alles hoeft perfect. Merel en Eva delen het inzicht dat goed onderwijs vaak zit in aanwezig zijn, blijven kijken en steeds opnieuw afstemmen.
Lesboeren
Aan het einde van het gesprek klinkt de vaste Lesboeren-vraag: voel jij je een lesboer?
Het antwoord laat zich niet vangen in een simpel ja of nee. Lesboer zijn blijkt geen eindpunt, maar een houding. Zaaien, verzorgen, wachten. Weten dat niet alles maakbaar is, maar dat aandacht en betrokkenheid verschil maken.
Misschien is dat wat dit gesprek vooral laat zien. Dat je het nog niet hoeft te weten om te mogen beginnen. En dat onderwijs gedragen wordt door mensen die samen durven leren, stap voor stap.