Het ervaringsverhaal van Marloes
Loopbaan
Via een hele kronkelige en hobbelige weg ben ik uit gekomen bij mijn huidige functie. Na mijn vwo heb ik drie andere studies gedaan en heel wat werkervaring opgedaan (vooral binnen de kinderopvang). Uiteindelijk koos ik voor de éénjarige lerarenopleiding Omgangskunde omdat ik dan ook opgeleid zou worden als coach (want ik wilde NIET het onderwijs in, zoals mijn ouders). Ik ben echter verliefd geworden op het mbo.
Na jaren van ‘contract wordt niet verlengd’ en ‘je mag toch weer terugkomen!’, waardoor de moed me langzaam in de schoenen zonk en ik alweer nadacht over een andere carrière, hebben mijn studenten mij genomineerd voor Leraar van het Jaar. Dat heeft mij zo’n ontzettende boost gegeven! Ik kreeg zelfvertrouwen, durfde weer te dromen, mocht dingen ervaren, mijn netwerk vergroten…
Ik durfde daarna te solliciteren als docent voor de lerarenopleiding – ik wilde docenten gaan enthousiasmeren voor het mbo en ik wilde hen die opleiding geven die ik zelf ook had gewild. Ik werd aangenomen en nu ben ik dus ‘docent op de lerarenopleiding’. Het kan verkeren.
Werken als PDG-docent
Het werk binnen het PDG-traject is een taak van mij als docent binnen de lerarenopleiding. Voor mij een erg leuke taak, omdat ik mijn ervaring en enthousiasme voor het mbo kan overbrengen. Het houdt - binnen het traject waarin ik werk – in dat ik mij gedurende ongeveer twee jaar aan een PDG-groep verbind. Daarbij verzorg ik (in samenwerking met onze partner) de intake, de voorbereiding en uitvoering van de studiedagen, de begeleiding bij de opdrachten en het samenstellen van een portfolio. Ook voer ik zogeheten lesbezoeken uit en coach ik studenten gedurende het hele traject: concreet probeer ik hen te wijzen op hun talenten en deze verder uit te bouwen en hen bij lastige periodes bij te staan.
Huidige werkzaamheden
Hoe ziet een werkdag er voor je uit?
Dat is elke dag anders; dat maakt het werk van een docent zo leuk. Als ik mij focus op wat ik binnen het PDG-traject doe, dan is dit afhankelijk van ‘wat voor een dag’ het is:
Is het een studiedag, dan sta ik vroeg op, rijd ik naar onze partner toe en ontvang ik de studenten. De dag start vaak met een half uurtje bijkletsen en uitwisselen, waarna er een korte intro is ten aanzien van het besproken thema. Daarna wordt er continu gewerkt en uitgewisseld. Alleen, in tweetallen, in de groep, en met tal van werkvormen. De praktijk staat centraal en dat maakt dat de dagen altijd erg dynamisch zijn; iedereen heeft input.
Is het een reguliere dag, dan zorg ik ervoor dat ik mijn mail zoveel mogelijk in de gaten houd om eventuele vragen te kunnen beantwoorden. Vanzelfsprekend gaan ook mijn andere taken door, dus ik verzorg de lessen en heb afspraken met collega’s en studenten. Daarnaast plan ik zo’n één à twee lesbezoeken per week. Dat betekent dat ik zo’n halve dag tot een dag onderweg ben en mag zien hoe ‘mijn’ studenten les geven; daarna is er altijd een gesprek om dieper in te gaan op wat ik gezien heb en welke keuzes daaraan ten grondslag liggen. Ik vind het altijd een geplan en het levert echt wel eens wat stress op om alles rond te krijgen, maar er is (naast de diploma-uitreiking/certificering) geen mooier moment voor mij dan een enthousiaste student les te zien geven.
Wat leer je aan de toekomstige mbo docenten?
Eerlijk? Ik denk dat studenten zichzelf vooral dingen aanleren, of beter nog, dat hun studenten hen dingen leren. Er is naar mijn idee – en daar ben ik zo enorm van overtuigd – geen betere inspiratie- en leerbron dan de student aan wie je lesgeeft. Ik probeer dat dan ook vooral over te brengen aan toekomstige mbo-docenten: observeer je studenten, luister naar hen en bespreek met hen hoe jij ‘beter’ kunt worden. Daar kan geen (theorie)boek tegenop! Docentschap gaat voor mij heel erg om verbinding – verbinding met jezelf, je studenten, je collega’s en met het werkveld. Dat betekent dat je soms (je eigen) overtuigingen moet loslaten – dat je moet durven jezelf kwetsbaar op te stellen, fouten te maken en eerlijk naar jezelf te kijken.
Natuurlijk worden er gedurende het PDG-traject (net als in de lerarenopleiding) veel theoretische en praktische zaken besproken rondom het docentschap. Denk bijvoorbeeld aan: hoe orde te houden, een les te structureren, gesprekken voeren en hoe werkvormen vorm te geven en in te zetten. Die rugzak aan kennis en vaardigheden heb je nodig om de verbinding met leerlingen te kunnen leggen en vast te kunnen houden. Daarbij helpt het om gericht aan de praktijkopdrachten te werken en altijd een (of meerdere) coach(es) naast je te hebben staan die met je meekijkt en die je helpt om die docent te worden die jij bent en/of wilt zijn.
Het mbo
Wat betekent het mbo voor jou?
Veel! Alhoewel ik nu voor het grootste deel ‘gestationeerd’ ben op de hogeschool, gaat mijn hart nog altijd sneller kloppen als ik een mbo-instelling binnenloop. Het gaat om de ‘puurheid’ – ik kan het niet zo goed anders omschrijven. De grappen die er gemaakt worden, het verdriet dat gedeeld wordt, de eerlijke antwoorden die je krijgt, het werkveld dat aan de scholen verbonden is. Ik zeg altijd: ‘In het mbo heb ik zoveel meer geleerd dan al die jaren ervoor en erna.’ Mijn beeld van de wereld is werkelijk verrijkt. De betrokkenheid en diversiteit van studenten, docenten en het werkveld raakt me nog steeds.
Waar is je passie voor de doelgroep (scholieren in het mbo) begonnen?
Toen ik een stage moest zoeken wilde ik absoluut niet op een mbo werken; het was onbekend, ik had er vervelende verhalen over gehoord… No way! Ik werd toen eens gebeld door Jenny, de praktijkopleider van ROCMN. Vol enthousiasme vertelde ze over ‘haar mbo’: “Kom gewoon eens kijken!” Dat deed ik, en eenmaal overgehaald liep ik het ROC binnen… Ik weet het nog precies; de hal, het gevoel, ik was om.
Welke kwaliteiten heeft een toekomstig mbo-docent nodig?
Flexibel zijn, kennis hebben van en liefst ervaring hebben met het werkveld waarvoor je opgeleid wordt, interesse hebben in mensen en vooral jezelf kunnen en willen zijn. En ja, een beetje humor is ook wel heel fijn om af en toe even flink te kunnen relativeren.
Toekomst in het mbo
Welke ambities binnen het mbo koester je nog op dit moment?
Poeh, ik twijfel hier wel eens over. Wil ik terug naar het mbo of blijf ik bij de lerarenopleiding?
Ik zou het heel gaaf vinden om binnen het mbo mee te kunnen werken aan het verder versterken en verbeteren van beroepsonderwijs – kijken naar hoe we de studenten nóg beter kunnen begeleiden – hoe we het onderwijs nóg beter kunnen laten aansluiten op het werkveld, de uitdagingen in de samenleving, nu en in de toekomst. Anderzijds ben ik bij de lerarenopleiding begonnen omdat ik aspirant-leraren graag enthousiast(er) wil maken voor het werken in het beroepsonderwijs. Om mijn lessen vanuit het mbo te implementeren in het hbo. Dat werk is nog niet af. Maar ja, ik mis het mbo wel… “Een vat vol mogelijkheden” zeggen ze dan, hè?