Kirsten Cuppen en Bart Dikmans over wanneer motivatie niet genoeg is om te kunnen blijven in het onderwijs
De Lesboeren wordt gehost door Jasper Rijpma en Mattanja Koolsta en gemaakt in samenwerking met Stichting Leraren van het Jaar en Stichting Onderwijs in. Naast de podcast worden de docenten in de Lesboeren ondersteund met een krachtig, professioneel portret dat de beroepstrots van leraren uitstraalt, gemaakt door fotograaf Nike Liscaljet.
Bart Dikmans besloot op zijn 57e het roer om te gooien. Na een lange carrière in de commercie, waarin hij jarenlang trainingen gaf en professionals coachte, wilde hij zijn ervaring inzetten voor jongeren. Zijn kennis overdragen. Directe impact maken.
Kirsten Cuppen koos eerder al voor het onderwijs en groeide uit tot leraar van het jaar. Inmiddels zet zij zich als voorzitter van Stichting Blijvend Onderwijs in voor duurzame inzet van docenten. Zij kijkt niet alleen naar wat er in het klaslokaal gebeurt, maar ook naar de voorwaarden die bepalen of iemand daar kan blijven staan.
Hun verhalen raken elkaar op een cruciaal punt: gemotiveerde mensen die het onderwijs in willen — en onderweg ontdekken hoe bepalend het systeem kan zijn.
Een benoemingsbrief en een zolder vol deelcertificaten
Barts eerste poging strandde nog vóór hij goed en wel begonnen was. Na twee gesprekken ontving hij een benoemingsbrief. Hij zegde zijn andere baan op. Enkele weken later bleek dat hij zonder officieel hbo-diploma geen PDG-traject mocht starten. Vijfendertig jaar werkervaring bleek niet voldoende. “Dan had ik dat graag aan de voorkant geweten,” zegt hij nuchter. De teleurstelling was groot, maar hij gaf niet op.
Alsof je een donkere kamer binnenloopt
Zijn tweede poging begon wél. Maar met vier vakken, zeven groepen, een mentorklas en 29 lesuren per week. Zonder duidelijke overdracht. Zonder inwerkperiode. Zonder overzicht. “Het was alsof ik een donkere kamer inliep.” Acht weken draaide hij in het rood. Niet omdat leerlingen niet wilden, maar omdat het geheel te groot was. Boeken, roosters, verschillende leerjaren, administratie, mentoraat; alles tegelijk. “Ik was procesmatig aan het overleven. En ergens zaten er ook nog studenten in mijn lokaal.” Het lag niet aan zijn motivatie. Die was er volop. Het lag aan de omstandigheden.
Trainer is iets anders dan docent
In het bedrijfsleven werkte Bart met gemotiveerde professionals. Mensen die vrijwillig een training volgden. In het mbo trof hij een afspiegeling van de samenleving. Studenten die wilden leren, studenten die moesten leren, studenten die zoekend waren. Dat vroeg iets anders. Hij merkte hoe makkelijk je je energie verliest aan wat niet werkt. Hoe snel je brandjes blust. En hoe weinig ruimte er overblijft om te bouwen aan vertrouwen en ontwikkeling. Bij zijn derde poging, met één vak en twee groepen, ontstond die ruimte wel. Daar groeide iets. Contact, ritme, zelfvertrouwen. Maar door teruglopende studentenaantallen werd zijn contract niet verlengd. Drie pogingen. Geen vaste plek.
Het probleem zit zelden in de klas
Kirsten herkent het patroon. In haar werk ziet ze hoe starters vaak vastlopen op randvoorwaarden, niet op hun pedagogische vermogen. “Het zijn bijna nooit de leerlingen,” stelt ze. “Het zijn de randzaken.” Te veel lesuren, te veel vakken, geen goede begeleiding. Starters die gaten moeten vullen in plaats van begeleid worden in hun groei, nieuwe docenten die worden ingezet waar de nood het hoogst is, niet waar hun kracht ligt. Volgens haar zit daar een systeemfout. Wie mensen inzet op waar ze goed in zijn, ziet ze bloeien. Wie ze overlaadt, ziet ze afhaken.
Leerlingen komen voor jou
Ondanks alles blijft de kern van het vak overeind. Zowel bij Kirsten als bij Bart gaat het uiteindelijk over leerlingen. Over een jongen die je bij de supermarkt herkent en zegt: “Ik vond jou echt een gave leraar.” Over een leerling die zich gezien voelt. Over een moment waarop je merkt dat wat je doet, ertoe doet. “Leerlingen komen naar school voor jou,” zegt Kirsten. “Als ze zich gezien voelen, gaan ze leren.” Zelf weet ze hoe groot het verschil één docent kan maken. Op een moment dat zij dreigde af te haken, was er één leraar die haar zag. Dat werd haar kompas.
Lesboeren
Een lesboer is geen held met een vlekkeloos rooster. Het is iemand die blijft staan, ook als het ingewikkeld wordt. Iemand die niet lult maar poetst, zoals Kirsten het zegt. Die kijkt wat nodig is en het gewoon doet. Voor Bart zit het in mensen vooruit laten struikelen. Niet alles gladstrijken, maar jongeren uitdagen om een stap te zetten, ook als dat spannend is. Rolmodel zijn. Laten zien dat je opnieuw kunt beginnen, dat ervaring telt, dat zoeken erbij hoort.
Lesboer zijn is werken met wat er groeit. Soms onder ideale omstandigheden, vaak niet. Het is vertrouwen hebben dat als je leerlingen ziet, serieus neemt en ruimte geeft, er iets in beweging komt. Misschien is dat precies waar het om gaat.