Lusanne Stap: goed onderwijs mag geen toeval zijn
De Lesboeren is een multimediaal project van Jasper Rijpma, in samenwerking met Stichting Leraar van het Jaar, Ears Up, Nike Liscaljet Photography en het Onderwijsloket.
Lusanne Stap is een bevlogen leerkracht die gelooft in de kracht van lezen en de noodzaak van goed onderwijs — niet als toeval, maar als bewuste keuze. “Lezen is voor mij een vriend,” zegt ze. “Een boek kan je troosten, laten lachen, je ergens in laten verdwijnen. Kinderen die leren lezen, krijgen toegang tot een wereld vol kennis, verbeelding en zelfinzicht.” Met dat uitgangspunt werd ze medeoprichter van de Leesknokploeg, een collectief van onderwijsprofessionals dat anderen wil enthousiasmeren om meer te lezen, voor zichzelf én met hun leerlingen.
Volgens Lusanne begint leesbevordering bij de leerkracht zelf. “Als je nooit over boeken praat, hoe moeten leerlingen dan ontdekken hoe mooi lezen is?” zegt ze. Ze gelooft stellig dat leraren die zelf lezen, beter in staat zijn om leerlingen te inspireren. Tegelijkertijd nuanceert ze de stelling dat alleen lezende leraren goede leraren kunnen zijn: “Ik ken genoeg collega’s die niet lezen en tóch geweldige leerkrachten zijn. Maar lezen helpt je wel om empathischer te worden en je beter te kunnen verplaatsen in anderen — en dat is cruciaal voor goed lesgeven.”
Professionele groei door kennis en reflectie
Naast haar inzet voor leesbevordering is Lusanne een groot voorstander van evidence-informed onderwijs. Ze wil weten waarom iets werkt, en of haar aanpak het leren daadwerkelijk bevordert. Tijdens een moeilijke periode in haar leven — na het verlies van haar partner — vond ze houvast in onderwijsboeken. Ze verslond onder andere het boek over Expliciete Directe Instructie (EDI), en begon haar lessen structureel te verbeteren. “Ik dacht altijd dat ik het goed deed,” zegt ze, “maar door het lezen over EDI zag ik hoe ik mijn lessen nog beter kon opbouwen, met meer structuur, meer herhaling en gerichte controle van begrip.”
Die professionele groei leidde ertoe dat ze op haar huidige school ook een ambassadeur werd van onder meer de aanpak uit Wijze Lessen. Ze leverde zelfs lesvoorbeelden aan voor de leergang van dit bekende boek over effectief lesgeven. “Het EDI-model heeft me geholpen om leerlingen écht te begeleiden in hun leerproces,” vertelt ze. “Van voorkennis activeren, via stapsgewijze instructie en begeleide inoefening, naar zelfstandige verwerking en een goede lesafsluiting. En altijd tussendoor checken: begrijpen ze het echt?”
Wat betekent ‘evidence’ in het klaslokaal?
De term evidence-informed onderwijs klinkt misschien als iets voor onderzoekers in witte jassen, maar raakt juist aan de dagelijkse praktijk in het klaslokaal. Voor Lusanne Stap is het geen koud, abstract begrip — integendeel. “Evidence-informed betekent voor mij: weten waarom je iets doet in de klas. En of dat ook werkt voor jouw leerlingen.”
Maar wat telt dan als ‘evidence’? En waar komt die vandaan? In de onderwijswereld wordt vaak onderscheid gemaakt tussen theoretische evidence (wetenschappelijke inzichten uit onderwijsonderzoek) en praktische evidence (kennis die voortkomt uit ervaring, observatie en reflectie in de klas). Lusanne ziet de kracht juist in de combinatie van beide.
“Ik heb veel geleerd uit boeken als Expliciete Directe Instructie, Op de schouders van reuzen en Wijze Lessen. Die gaven me taal en structuur om mijn lessen te verbeteren. Maar ik leer net zoveel van collega’s, van wat werkt bij míjn leerlingen, hier in deze wijk.”
Die balans is belangrijk: “Onderwijs is mensenwerk,” benadrukt Lusanne. “Iedere leerling is anders. Evidence geeft richting, maar je moet altijd blijven kijken wat werkt op jouw school, in jouw klas, bij jouw kinderen.” In het debat hierover wordt soms de indruk gewekt dat alleen kennis uit onderzoek telt. Onderwijskundige Jacqueline Bultenman pleit juist voor meer waardering van praktische handelingskennis — het weten wat te doen op het juiste moment, zoals een leerkracht dat leert door ervaring, observatie en reflectie. Lusanne is het daar deels mee eens: “Je wordt geen goede leraar alleen door boeken. Maar zonder boeken mis je ook veel. Het gaat juist om die wisselwerking.”
Werken waar je het verschil kunt maken
Werken in een school in de armste wijk van Nederland is voor Lusanne geen reden tot klagen, maar juist een motivatie. “Hier word ik echt nodig,” zegt ze. “Op mijn vorige school waren er twintig sollicitanten voor een vacature, hier nul. Dan weet je dat je het verschil kunt maken.” En dat doet ze, door betrokken te zijn, door ouders te leren kennen, en door kinderen te laten voelen dat ze gezien worden. “Een ouder zei laatst: ‘Door u leest mijn kind nu boeken in plaats van alleen Donald Duck.’ Dan weet ik dat ik op de juiste plek zit.”
Ook in het opleiden van nieuwe leerkrachten ziet ze nog een taak. Ze vindt dat het onderwijs op de pabo's nog te weinig aandacht heeft voor effectieve didactiek. “Ik krijg stagiairs die het EDI-model niet kennen,” zegt ze. “Dan denk ik: hoe kun je in je derde jaar zitten zonder te weten hoe je een goede les opbouwt?” Gelukkig ziet ze ook positieve ontwikkelingen, zoals de samenwerking met het boek Wijze Lessen en toenemende aandacht voor structurele lesopbouw.
Streng, warm en betrokken
Of ze streng is als juf? Ze lacht: “Streng maar rechtvaardig, met een grapje tussendoor. Duidelijk zijn, hoge verwachtingen hebben, maar altijd met een warme houding. Dat is mijn streven.” Het is die combinatie van vakkennis, structuur, empathie en enthousiasme die Lusanne Stap tot een inspirerend voorbeeld maakt — voor leerlingen, collega’s, ouders en misschien ook wel voor toekomstige leraren die overwegen het vak in te stappen.