Rico Faas – Tussen draaibank en droom: onderwijs dat klopt
De Lesboeren is een multimediaal project van Jasper Rijpma, in samenwerking met Stichting Leraar van het Jaar, Ears Up, Nike Liscaljet Photography en het Onderwijsloket.
Op de afdeling Techniek van het Noorderpoort is alles anders dan in een doorsnee school. Geen bel die de tijd dicteert, geen busopstelling met opgestoken vingers. Wel: praktijkruimtes die aanvoelen als werkplaatsen. “Lesgeven naar de bedoeling,” noemt Rico het. “Als ik merk dat we op een ander moment iets beters kunnen doen — een kast tillen, een probleem oplossen — dan doen we dat. En daarna gaan we gewoon weer verder.”
Die flexibiliteit maakt ruimte voor betrokkenheid. Studenten weten waarvoor ze leren. “Als je het toerental van de freesbank moet berekenen, dan snap je waarom je wiskunde nodig hebt. Dán wordt het relevant.”
Van de werkvloer naar het klaslokaal
Rico werkte jarenlang in de koeltechniek voor hij overstapte naar het onderwijs. Hij noemt het een “ongelukje”, maar inmiddels is hij een vaste waarde binnen het Noorderpoort. Niet alleen als docent, ook als studieloopbaanbegeleider (SLB’er), als coach, en als verbinder met het bedrijfsleven. Jaarlijks bezoekt hij dertig tot veertig bedrijven waar studenten stage lopen. “Je wil weten: past deze plek bij deze student? Wat leren ze daar? En wat kan ik daarvan meenemen naar school?”
Zijn praktijklessen zijn dynamisch en gestructureerd tegelijk. Hij observeert, noteert, en geeft studenten kleine, gerichte aanwijzingen. “Dat geeft hen het gevoel dat ze het zelf kunnen. En dat is precies wat je wil: studenten die zich competent voelen.”
In het mbo omvat techniekonderwijs opleidingen in sectoren zoals werktuigbouwkunde, elektrotechniek, installatietechniek, mechatronica, metaalbewerking, bouw en procestechniek. Studenten worden hier opgeleid tot vakmensen die technische systemen kunnen ontwerpen, bouwen, onderhouden en verbeteren. Het onderwijs is sterk praktijkgericht, met een nadruk op vaardigheden, probleemoplossend vermogen en samenwerken. Afhankelijk van de leerroute (BOL of BBL) brengen studenten een groot deel van hun opleiding door in stages of leerwerkbanen.
Wat techniekonderwijs onderscheidt van ander mbo-onderwijs is de intensieve samenwerking met het bedrijfsleven. Bedrijven zijn niet alleen stageverleners, maar ook medeontwikkelaars van het onderwijs. Daardoor sluit de inhoud nauw aan op de snel veranderende technische beroepspraktijk. Daarnaast is er vaak sprake van projectmatig werken, realistische praktijkopdrachten en leren in professioneel ingerichte werkplaatsen in plaats van traditionele klaslokalen.
Literatuurverwijzingen
Platform Talent voor Technologie (2018). De toekomst van technisch beroepsonderwijs. Utrecht: PBT.
SLO (2020). Curriculumtechniek in het mbo: van kennisbasis naar beroepspraktijk. Enschede
Amghar, K. (2025). Maar dat begrijp jij toch niet. Amsterdam: De Correspondent.
Onderwijs als teaminspanning
Wat opvalt in het gesprek met Rico is zijn nadruk op samenwerking. Niet alleen tussen docent en student, maar vooral ook tussen collega’s. “Onderwijs doe je samen,” zegt hij. “Eén plus één is drie. Als ik een stageplek zoek in een regio waar ik niemand ken, loop ik gewoon naar een collega. We helpen elkaar.”. Het pleidooi sluit mooi aan op het thema ‘collectieve verantwoordelijkheid’, dat we in verschillende afleveringen uit deze serie al tegenkwamen.
Dat samenwerken gebeurt op het Noorderpoort grotendeels informeel. In de gang, tijdens het koffiezetten. En toch zit er een gedachte achter: het draait altijd om de student. Rico maakt ook deel uit van ‘Teamkracht’, een interne pilot binnen Noorderpoort die onderzoekt hoe teamsamenwerking de kwaliteit van onderwijs versterkt.
Leren met het hoofd én de handen
De praktijkopdrachten op de afdeling zijn tastbaar en doelgericht. Van een moutmaler tot een vacuümtafel: studenten werken in duo’s aan échte projecten, vaak met input uit het bedrijfsleven of andere opleidingen. “Als het project klaar is, hebben ze iets om trots op te zijn. Iets wat werkt. Iets wat gezien mag worden.”
En ook hier komt de pedagogiek terug. “Het draait niet alleen om techniek. Het gaat ook om sociaal-emotionele ontwikkeling. De juiste begeleiding op het juiste moment. Dat maakt het verschil.”
Waarom onderwijs?
Op de vraag waarom hij ooit voor het onderwijs koos, hoeft Rico niet lang na te denken. “Omdat ik iets wil bijdragen. Omdat ik geloof dat leren pas lukt als je plezier hebt. En omdat ik het geweldig vind om te zien hoe een student zichzelf overstijgt.”
Zijn aanpak is eigenzinnig en mensgericht. Geen strakke instructie, wel duidelijke kaders. Geen strenge orde, wel ruimte voor beweging. “Ik geef niet altijd meteen het antwoord. Dan denken ze: wat vaag. Maar als ze het zélf ontdekken, dan blijft het hangen. Dán hebben ze iets geleerd.”
Aan het eind van het gesprek valt het even stil. Rico vertelt hoe hij soms, jaren later, pas echt begrijpt wat hij van zijn studenten geleerd heeft. Dan breekt zijn stem: “Het is het mooiste wat er is.” Hij excuseert zich kort. Maar het moment zegt genoeg. Voor Rico Faas is onderwijs geen baan, maar een roeping. En zijn studenten voelen dat.